Groene stedenbouw

Het lijkt wel een tegenstelling, een Groene Stad. Een stad is toch stenig, vol met gebouwen en mensen, en hier en daar een park, aangelegd om diezelfde stad te kunnen ontvluchten. Om een illusie van natuur op te roepen in een stenige omgeving. Dat was tenminste de gedachte in de 19e eeuw, toen de industrialisatie goed op gang kwam, en grote delen van de bestaande steden een afschrikwekkend decor vormden voor armoede en ziekten. De engelse landschapsstijl was richtinggevend bij de inrichting, met als gevolg dat de grote europese steden allemaal dezelfde soort parken uit die tijd hebben. Natuurlijk hebben de parken in Londen (voormalige jachtbossen) en de parken in Parijs (voormalige tuinen van adellijke paleizen) hun eigen geschiedenis, maar voor vele steden met 19e eeuwse parken kan dit wel zo gesteld worden. Zeker in Nederland, waar zelfs één familie, de Zochers, vele parken en singels op hun naam hebben geschreven, met het Vondelpark als wel het bekendste. Zelfs in de jaren tot vlak voor de oorlog werden parken in deze stijl aangelegd. Met kleine nuance verschillen, maar het hoofd-idee bleef steeds het kunnen ontvluchten van de stedelijke omgeving, een natuurlijk aandoende inrichting inclusief eeuwenoude bomen, wildleven, vogels en romantisch slenterende stelletjes.

Niemand had kunnen bedenken dat een eeuw later zelfs exotische papegaaien in de Nederlandse parken hun thuis vonden, maar dat terzijde!

Er zijn genoeg plekken die bewijzen dat het kan, Groene Stedenbouw. Er zijn ook genoeg pogingen gedaan in de moderne stedenbouw van de na-oorlogse jaren. Na de oorlog veranderde veel. Vanwege de woningnood werden hele woonwijken in één keer aangelegd, denk aan de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam, en Lucht, Licht en Ruimte werden nu de leidende begrippen bij de inrichting van de stadsuitbreidingen. Interessant is dat deze modernistische begrippen al vanaf de jaren twintig bedacht waren, maar door de tussenkomst van de oorlog pas in de jaren erna in de grootschalige stadsuitbreidingen toegepast konden worden. Bijvoorbeeld in Amsterdam West zie je de effecten ervan. Het oude Westen nog in dichte 19e-eeuwse verkavelingen, inclusief lange rechte smalle straten. Zodra je de Ring A10 onderdoorgaat bevind je je in een zee van groen, met abstracte betonnen gebouwen die in het groen drijven. En net als bij de de parken geldt dat heel Nederland in die jaren met vergelijkbare wijken werd uitgebreid. Elke stad heeft zijn eigen wijken die opgezet zijn volgens vergelijkbare principes.

 

Dan de jaren '70 en '80 met de woonerven, die kleinschalig waren ingepast tussen voor- en achtertuintjes en zo het effect van wonen in het groen oproepen. En ga er nu eens rondlopen, het werkt ook echt, zeker nu het groen volwassen is. Informeel, groen,  alsof je zo bij elkaar binnen kunt lopen, en je de auto op je eigen erf kunt wassen, dicht bij je huis. 

 


Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen